Skip to main content
Simon Pille

De zeven namen die ik niet ga mailen

Vorige week bouwde ik mijn eigen outbound-campagne. Vijfenzeventig namen op de lijst, verzameld in drie batches, bedoeld voor de Quickscan waarmee ik bij IT- en softwarebedrijven binnenkom. De sequentie stond klaar: drie stappen, vier dagen ertussen, en voor elke lead een unieke openingszin. Geen template met een voornaam-veld erin, maar één zin per persoon, geschreven nadat ik echt naar het bedrijf had gekeken.

Dat laatste klinkt als een detail. Het werd de hele oefening.

De zin die niet geschreven raakte

Ergens rond de vierde naam liep ik vast. Een sales director bij een bedrijf dat intussen deel uitmaakt van een grote internationale groep. Op papier een mooie titel in de juiste sector, dus de tool had hem netjes mee geëxporteerd. Ik probeerde een openingszin te schrijven die voor hem zou kloppen, en het lukte niet. Niet omdat ik niets over het bedrijf vond, maar omdat elke eerlijke zin op hetzelfde uitkwam: deze man gaat nooit een Quickscan kopen. Hij is geen founder, hij draagt een target maar geen budget, en over zijn commerciële systeem wordt ergens boven hem beslist.

Ik kon wel een slimme zin schrijven. Ik kon geen ware zin schrijven. Dat verschil voelde belangrijker dan alles wat ik die avond verder deed.

Met die lens ben ik teruggegaan naar het begin van de lijst. Het resultaat: zeven namen geschrapt voor er één mail vertrokken was. Een non-profit. Twee sales directors die wel een doelstelling dragen maar geen mandaat hebben om hulp in te kopen. Iemand met een indrukwekkende titel bij een bedrijf waar de echte beslisser drie lagen hoger zit. Een contact waarvan het e-mailadres bij nader inzien naar een communicatiebureau verwees in plaats van naar het bedrijf zelf. En daarnaast nog vier twijfelgevallen die ik apart heb gezet, voor wanneer hun verhaal duidelijker is.

Schrappen was het echte werk

Het verzamelen van die vijfenzeventig namen had bijna niets gekost. Een tool, wat filters, een export, klaar. En in een spreadsheet ziet elke rij er even plausibel uit: functietitel klopt ongeveer, sector klopt ongeveer, bedrijf bestaat. Het schrappen was het echte werk. Zonder die ene regel per persoon had ik het waarschijnlijk nooit gemerkt. De discipline om voor elke naam één specifieke, eerlijke zin te schrijven werkte als een filter die geen enkel datafilter kan vervangen. Als die zin niet komt, ligt het probleem niet bij mijn copywriting. Dan ligt het bij de lijst.

Bij founders zie ik bijna altijd het omgekeerde proces. De lijst is een grondstof, iets dat je inkoopt of delegeert. Een stagiair, een virtual assistant, een scraping-tool, en hop, achthonderd contacten in de sequence. De aandacht gaat naar de copy, de tooling, de timing van de follow-ups. Naar alles behalve de vraag wie er eigenlijk op die lijst staat. En als de reply rates dan tegenvallen, gaat de conclusie over het kanaal: outbound werkt niet meer voor ons.

Terwijl de lijst zelf het antwoord al bevatte. Stuur honderd mails naar een lijst met dertig procent ruis en je leert niets, want je weet niet of je boodschap faalde of je selectie. Je domeinreputatie betaalt intussen voor de bounces en de spamklachten van de slechte rijen. En de schaarse reacties van mensen die toch nooit konden kopen, vreten je agenda op met gesprekken die nergens naartoe gaan. Een slechte naam op je lijst kost je dus twee keer: één keer bij het versturen, en één keer in de verkeerde les die je eruit trekt.

Je lijst is je strategie

Het bracht me bij een overtuiging die ik intussen hardop durf te zeggen: je lijst is je strategie. Niet je pitch, niet je sequence, niet je tooling. Zowat iedereen heeft tegenwoordig een ICP-slide met daarop iets als “founder-led IT-kmo’s in België die willen doorgroeien”. Die slide is theorie. De lijst is waar je bewijst dat je ook echt kiest. Zolang er op rij twaalf een corporate sales director staat omdat de titel ongeveer klopte, is je ICP een intentie, geen beslissing.

En beslissen is precies wat schrappen zo lastig maakt. Elke naam die je verwijdert voelt als pipeline die je weggooit. Vijfenzeventig wordt achtenzestig, en ergens in je hoofd rekent een stemmetje uit hoeveel deals je daarmee verliest. Dat stemmetje rekent verkeerd. Die zeven waren nooit deals. Ze waren ruis met een functietitel. Het enige wat ik heb weggegooid, is de illusie van een vollere funnel, plus de uren die ik anders had besteed aan het opvolgen van mensen die nooit konden tekenen.

De test voor je op verzenden drukt

De regel die ik eraan overgehouden heb, is simpel genoeg om te onthouden en lastig genoeg om vol te houden. Voor elke naam op de lijst moet ik in één zin kunnen zeggen waarom dit bedrijf, en waarom nu. Komt die zin er niet, dan gaat de naam eraf of in de parkeerstand. Sindsdien meet ik mijn eigen outbound niet in verzonden volume, maar in het aantal namen waarvoor die zin bestaat.

Werkt dat? De campagne staat klaar en er is nog niets verstuurd, dus ik ga hier geen reply rates claimen die ik niet heb. Wat ik wel weet uit elke commerciële motor waar ik tot nu toe in heb mogen kijken: ik heb nog nooit iemand spijt zien hebben van een kortere, scherpere lijst. De omgekeerde spijt heb ik wel vaak gezien, meestal verpakt als de conclusie dat outbound dood is.

Als je zelf een lijst hebt klaarstaan, doe dan de test voor je op verzenden drukt. Neem de eerste tien namen en schrijf voor elk één eerlijke zin waarom zij van jou zouden willen horen. Bij hoeveel lukt dat zonder vals te spelen? Dat getal zegt meer over je volgende kwartaal dan eender welk dashboard.

En als je vermoedt dat het probleem dieper zit dan de lijst alleen, dat is precies wat ik in een Quickscan in kaart breng. Plan een gesprek.


Simon Pille is founder van Blitzt en helpt Belgische en Benelux B2B-scale-ups om van founder-led sales naar een schaalbaar commercieel systeem te groeien.

← Terug naar blog